Voor het vijfde jaar op rij heeft het Betonhuis een duurzaamheidsverslag uitgebracht over de betonmortelindustrie. Er zijn grote stappen gezet om deze sector te verduurzamen, de technische grenzen komen steeds meer in zicht. Andere partijen in de keten zijn nu echter ook aan zet om de sector nog groener te maken.

De belangrijkste reden dat er een duurzaamheidsverslag ligt, is om openheid te geven over de prestaties van de betonmortelindustrie. Die prestaties liegen er niet om. De sector zet zich sterk in om zo duurzaam mogelijk te worden. Daarmee is ze al een heel eind. Zo is voor het vijfde jaar op rij de CO₂-uitstoot gereduceerd. Ten opzichte van 2012 wordt bij de productie van beton 10% minder CO₂ geproduceerd. Nederland is wereldwijd gezien daarmee koploper. Kijkend naar het gebruik van secundaire grondstoffen, dan zijn ook daar mooie stappen gezet.  De toepassing van producten als betongranulaat, ballastgrind, vliegas, hoogovenslak en andere secundaire materialen voor betonmortel is toegenomen. Daarmee heeft de betonsector een aantal kansrijke duurzame en circulaire grondstoffen in handen. Alle beschikbare duurzame mogelijkheden, waaronder alternatieve bindmiddelen, worden daarmee nu benut.

Hoe nu verder?
“We hebben al langere tijd diverse instrumenten ingezet om te komen tot een duurzame sector,” aldus Paul Ewalds, sectorsecretaris Betonhuis Betonmortel. Met instrumenten doelt Ewalds op het pakket van maatregelen als het CSC-keurmerk, de Benchmark Betonmortel en het Duurzaamheidsverslag betonmortel. “Hiermee stimuleren we de hele markt om de groene weg in te slaan en te volgen.  De Betonmortelindustrie blijft inzetten op de verduurzaming van de sector, maar beseft dat zij daarvoor vooral de partijen in de keten nodig hebben zoals opdrachtgevers, aannemers en architecten, maar ook de sloop- en recycling industrie.”

De grootste uitdaging
Kan het nog groener in de betonmortelindustrie? Ja, dat kan, maar om als sector verdere stappen te kunnen maken, is men volgens Ewalds afhankelijk van partijen in de keten. “Denk hierbij aan meer betonreststromen bij sloop geschikt maken voor gebruik in nieuw beton, of meer groene transportmiddelen. Of van opdrachtgevers die echt duurzaam willen bouwen, dit uitvragen en hier waarde aan toekennen. In de praktijk blijkt nog te vaak dat het economisch principe prevaleert boven duurzaamheid. Betoncentrales kunnen hun investeringen in duurzaamheid en circulariteit alleen verantwoorden als opdrachtgevers in de uitvraag duurzaamheid daadwerkelijk onderscheidend waarderen. Dat wordt de grootste uitdaging.”