Wageningen University Research onderzoeker Friso van der Zee overhandigt het eerste exemplaar van het rapport “Delfstofwinning en Natuur” aan Leonie van der Voort, Directeur van Cascade


Ieder jaar voorzien de delfstoffenwinners de Nederlandse bouwsector van benodigde grondstoffen. Denk daarbij aan zand en grind voor de productie van beton en asfalt, klei voor de productie van bakstenen, dakpannen en ten behoeve van de Nederlandse dijken. Ook grondstoffen voor kalkzandsteen en zilverzand worden in Nederland gewonnen.

Ook in de toekomst blijft de winning van primaire grondstoffen nodig. Hoewel we steeds beter worden in hergebruik en recyclen van grondstoffen blijkt uit monitoringgegevens dat maximaal 15 tot 20% van de vraag naar grondstoffen uit hergebruik kan voortkomen. In de circulaire economie, met aandacht voor “design for re-use” en zodanig gebruik van grondstoffen dat deze in volgende levenscycli eenvoudig terug te winnen en te hergebruiken zijn, zal dit aandeel in de toekomst mogelijk kunnen toenemen. Maar ook dan zal een substantiële behoefte aan primaire grondstoffen blijven bestaan.Natuurlijk, de winning van primaire grondstoffen betekent een ingreep in het landschap, maar biedt zeker ook kansen om nieuwe ruimtelijke functies te realiseren. Denk aan natuurontwikkeling, recreatie, waterberging en wonen aan het water. Dit stelt het delfstoffen winnende bedrijfsleven voor de uitdaging om nieuwe projecten te laten bijdragen aan een betere inrichting van een gebied.

Het zand en grind dat we in ons land winnen, is in de loop van de eeuwen in steeds veranderende rivierbeddingen afgezet. Daardoor is het Nederlandse landschap gevormd en tot een unieke delta in Europa geworden. Tegelijkertijd vormen deze rivieren onder invloed van de klimaatverandering ook een gevaar vanwege hogere waterafvoeren.

In het LIFE IP project staan de ogenschijnlijk tegenstrijdige belangen in het Nederlandse deltagebied centraal. In opdracht van Cascade, de branchevereniging van Nederlandse grind- en zandproducenten, hebben Wageningen University & Research en de Vlinderstichting hiernaar onderzoek gedaan. Doel van deze studie, mede mogelijk gemaakt door subsidie van het Europese LIFE IP fonds, is om objectief inzichtelijk te maken wat de toegevoegde waarde van delfstoffenwinning op natuurwaarden en waterveiligheid is de afgelopen tientallen jaren is geweest.

Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dat bij alle betrokken winningslocaties de biodiversiteit (het natuurlijk kapitaal) na afloop van de delfstoffenwinning groter is dan voor aanvang. Dit geldt in hoge mate voor de algemene soorten maar óók voor de zogeheten rode lijstsoorten, die bijzondere bescherming genieten. Daarnaast hebben de onderzochte projecten maar liefst 3.400 hectare “nieuwe natuur” opgeleverd. Dit is bijna de helft van de 7.000 hectare nieuwe natuur die volgens afspraken tussen Rijkswaterstaat en het Ministerie van LNV in 2015 langs de grote rivieren diende te zijn gerealiseerd.

Daarnaast concluderen de onderzoekers dat de delfstoffen winnende bedrijven met hun projecten een aanzienlijk bijdrage leveren aan de waterveiligheid. De onderzochte projecten leveren ruim 370 centimeter waterstandsverlaging in de rivieren op . Wel is lastig exact te berekenen hoe deze bijdrage zich verhoudt tot andere “Ruimte voor de rivier”-projecten. Geraadpleegde experts schatten de verhouding gelijk.


Het doet Cascade deugd dat het LIPE IP onderzoek heeft aangetoond dat de bijdrage van delfstoffenwinning aan het Nederlandse deltagebied groot is. Natuurwaarden zijn toegenomen, bijna de helft van de beoogde nieuwe riviernatuur is gerealiseerd evenals een aanzienlijke waterstandverlaging die Nederland veilig houdt bij hoogwater. En dat alles grotendeels bekostigd uit de opbrengsten van de winning van delfstoffen van uitstekende en herbruikbare kwaliteit ten behoeve van de Nederlandse bouwindustrie. Duurzaamheid in de praktijk!

in samenwerking met www.cascade-zandgrind.nl